Winkelwagen
Sluiten Filters
Wensenlijst

Je hebt nog geen favorieten toegevoegd.

Gastblog Paardenarts.nl: Voedingstips voor seniorpaarden

Hoe ouder je paard wordt, hoe meer zorg je aan het rantsoen moet besteden. Afhankelijk van zijn gezondheidsstatus kun je een juiste voerkeuze maken. Houd je paard goed in de gaten (check maandelijks zijn BCS) en laat hem regelmatig controleren door een dierenarts. Je paard is toe aan seniorvoeding als hij met de normale voedermiddelen niet meer in goede conditie kan blijven. In dit artikel enkele aandachtspunten voor het rantsoen van seniorpaarden.



Verouderingsproces

Als een ouder paard vermagert, terwijl het rantsoen en de dagelijkse beweging gelijk zijn gebleven, dan is dat vaak een teken van een minder efficiënte vertering. Maar denk ook aan insulinedysregulatie en PPID. Het risico op hoefbevangenheid, vermagering en koliek wordt groter. Het gebit en de kauwkracht gaan mettertijd ook achteruit en je ziet veranderingen in de mest. Daarnaast krijgt het oudere paard makkelijker spierverval dat steeds moeilijker om te draaien is. Tenslotte vermindert de weerstand waardoor infecties eerder optreden.

 

Wat kies je voor welk seniorpaard?

  • Een gezonde senior heeft eigenlijk geen speciaal voer nodig.
  • Een gezonde senior met lichte vermagering kan genoeg hebben aan een aanpassing in de kwaliteit ruwvoer. Anders is in principe elk seniorvoer geschikt.
  • Een gezonde senior met sterke vermagering heeft behoefte aan een seniorvoer met een gemiddeld zetmeel- en suikergehalte en een hoog vetgehalte.
  • Bij een senior met verteringsklachten is het zinvol eerst het gebit en de kwaliteit van het ruwvoer te controleren. Geef bij een verstoring van de darmflora hooi in plaats van kuilvoer, of bietenpulp, om de fermentatie te verbeteren. Werkt dit onvoldoende kies dan een seniorvoer met beperkt zetmeel en suikergehalte en met hitte of stoom behandelde granen, vezelrijke ingrediënten en eventueel een probioticum.
  • Een senior met hoefbevangenheid en insulinedysregulatie mag maar weinig suiker krijgen per maaltijd. Geef meerdere kleine porties van een seniorvoer met minder dan 25% zetmeel en suiker.
  • Een senior met PPID die de juiste medicatie krijgt heeft vaak weinig klachten meer; de ziekte, ook de insulinedysregulatie, kunnen weer redelijk verdwijnen. In dat geval is een heel strikt suikerarm rantsoen niet meer noodzakelijk.
  • Een gezonde senior met heel weinig kiesoppervlakte kan moeilijk kauwen. Dit kan verteringsproblemen veroorzaken. De hoeveelheid ruwvoer moet beperkt of helemaal vervangen worden door fijngemaakte vezelrijke ingrediënten, die ook voldoende eiwit, mineralen en vitaminen bevatten. Geef het voer in zoveel mogelijk porties.
  • Een senior met insulinedysregulatie én heel weinig kiesoppervlakte kan geen ruwvoer meer eten. Het complete seniorvoer mag ook maar weinig zetmeel en suikers bevatten. De noodzaak om het geheel in vele kleine porties over de dag te verdelen is nog groter.
Het kiezen van het juiste rantsoen wordt eenvoudiger als je weet wat je paard wel of niet mankeert. Je kunt aan de hand van het voerlabel de hoeveelheid vezels, vet en zetmeel en suikers beoordelen. Om zeker te weten wat je paard precies binnenkrijgt zijn een rantsoenberekening en ruwvoeranalyse nodig. Raadpleeg de voerfabrikant, je dierenarts en een voedingsdeskundige voor advies.


Meer lezen over voeding voor verschillende typen seniorpaarden?
Dit is een samenvatting van het kennisartikel ‘Voeradvies op maat per type seniorpaard’ op Paardenarts.nl.


Door: Paardenarts.nl


Om je de beste gebruikerservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookie beleid.