Categorieën
Terug naar overzicht

Gastblog Kelly van Phytonics: Insulineresistentie - wat is het en waar moet je op letten?

vrijdag, 30 maart 2018

Voor de meeste paardenbezitters is insulineresistentie niet iets nieuws meer: het hoge suikergehalte in onze weiden – Engels raaigras!- en in paardebrokken en hooi is vaak veel te hoog en kan leiden tot insulineresistentie. Paarden met insulineresistentie lopen een verhoogde kans op suikergerelateerde aandoeningen als overgewicht, hoefbevangenheid en staart- en maneneczeem. Zo was dat ook met shetlander Nick. Ook bij hem veroorzaakte een teveel aan fructosamine (suiker) in het gras voor overgewicht: hij woog 180 kilo, had een buikomvang van 131 cm en dat bij een hoogte van 83 cm! Daarbij was hij kortademig, snel moe, had een vetophoping op rug en billen en last van lichte hoefbevangenheid. Een aangepast dieet met Phytonics Gluco balance in combinatie met een actief bewegingspatroon hielp hem veel gewicht te verliezen en letterlijk weer prettiger in zijn vel te gaan zitten en op zijn hoeven te staan.

Insuline in de hoofdrol

Het hormoon insuline zorgt voor het omzetten van glucose naar energie. Het wordt geproduceerd in de alvleesklier. Zogenaamde insulinereceptoren op celwanden zorgen ervoor dat het transport van glucose door de celwand gemakkelijk gaat. Als er door een teveel aan suiker eenmaal insulineresistentie is ontstaan, reageert het lichaam minder goed op insuline door een verandering van de receptoren in het celmembraan en is er steeds meer insuline nodig om glucose door de celwand te transporteren. 
 
Het is goed om te beseffen dat niet alleen suikers uit voeding worden omgezet in glucose, maar ook koolhydraten in het rantsoen. Biks en andere voeding zit vaak barstensvol met zetmeel en ook hooi van suikerrijke grassen zal zorgen voor een stijging van de glucosespiegel in het bloed. Als het lichaam de energie uit glucose niet direct nodig heeft slaat het het op als vet. Dit gebeurt ook als er insulineresistentie is ontstaan. Het lichaam beschikt niet over voldoende insuline om de glucose door de cel te transporteren – door de gewijzigde omstandigheden zoals hier boven beschreven heeft het lichaam steeds meer insuline nodig om dat voor elkaar te krijgen – en wordt de glucose opgeslagen als vet. Met als gevolg overgewicht en klachten als hoefbevangenheid en SME.
 
Om te voorkomen dat er gezondheidsproblemen ontstaan, moet het bloedsuiker(glucose)gehalte in het bloed binnen bepaalde grenzen blijven. Een vernuftig terugkoppelingssysteem, gestuurd vanuit de hersenen, reguleert dit als een thermostaat.

Kapotte thermostaat

Het reguleren van het bloedsuikergehalte is een samenwerking tussen de hypofyse, de alvleesklier en andere hormoonproducerende klieren. De hypothalamus, die in nauwe verbinding staat met de hypofyse, heeft hierbij de functie van de thermostaat. Hoe werkt dat?

Als de temperatuur in een kamer de juiste hoogte heeft bereikt, slaat de thermostaat uit tot hij weer een te lage temperatuur registreert en weer aanslaat om zo een constante temperatuur via een terugkoppelsysteem te waarborgen. Zo werkt het ook bij het op peil houden van het ideale bloedsuikergehalte in het lichaam van het paard: via een meting van het bloedsuikergehalte en de hoeveelheden hormonen in het bloed dat door de hypofyse stroomt, wordt de constante samenstelling van het bloedsuikergehalte in de gaten gehouden. Dit terugkoppelsysteem wordt aangepast als de omstandigheden hierom vragen, zoals tijdens arbeid, stress of juist in rust wanneer er meer of minder glucose nodig is. Ook dit is een terugkoppelsysteem, net als bij de thermostaat. Het systeem kan ook registreren dat het bloedsuikergehalte te laag is, en zet het de tegenhanger van het opslaan van glucose in werking: de gluconeogenese. Bij de gluconeogenese wordt opgeslagen vet weer omgezet in glucose, dat verbrand kan worden in de cel om arbeid te verrichten. 

Wanneer de opname van glucose door de insulineresistentie is veranderd, functioneert het terugkoppelingssysteem niet meer goed. Door het hoge insulinegehalte blijft de opslag van glucose als vet in de cel ook doorgaan: de knop blijft steken op ‘opslaan’.

Als er vervolgens arbeid verricht wordt en glucose verbrand moet worden om energie vrij te maken, komt het verbrandingsproces veel te traag op gang. Bovendien kan het nieuw gevormde glucose heel moeilijk de spiercellen binnendringen door de trage werking van de insulinereceptoren. Het gevolg hiervan is traagheid, stijfheid in beweging en een blijvend hongergevoel. Zie je dit gebeuren bij je paard wees dan alert op insulineresistentie! Insulineresistente paarden kunnen overgewicht hebben, maar ook ondergewicht.

Totaalaanpak

Zoals je leest is insulineresistentie een complex verhaal. Deze blog behandelt slechts in een notendop van wat er zich allemaal in het lichaam van jouw paard afspeelt. Belangrijk is dat je weet waar je op moet letten in het rantsoen van je paard om de kans op het ontstaan van insulineresistentie te verkleinen. Het zal ook duidelijk zijn dat de behandeling zich ook niet kan beperken tot het geven van medicatie. Alleen een totaalaanpak, waarbij het gaat om juiste voeding, ondersteunende supplementen die de glucosestofwisseling bevorderen, een actief bewegingspatroon en een beperking en van stress ( want ook dat is van invloed op de suikerhuishouding van je paard), zal leiden tot een herstel van de insulineresistentie en daarmee tot een gezonde suikerbalans.

Om je de beste gebruikerservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookiebeleid.